# 9
Hier zit ik dan. Een weekje vakantie na 1.5 week behandeling te hebben gehad. Mijn vakantie staat propvol gepland. En het enige wat ik wil is slapen. Niet eens uit somberheid, echt uit vermoeidheid. Het tentamen wat morgen voor de deur staat, terwijl de letters voor mijn ogen dansen. Ik heb geen tijd gehad om te studeren. Soms geef ik mezelf tijd om even te slapen, maar het probleem is dat ik niet bijgeslapen raak.
Meerdere malen is het door mijn hoofd geschoten: laat het tentamen zitten. Alleen is de angst van afgaan te groot, sowieso als ik het niet haal. Niet alleen ik zal dat denken, iedereen zal dat denken. En als ze het niet denken, zie ik die meelijwekkende gezichten al voor me. Dat is nog erger.
Het is een puinhoop in mijn hoofd. Ik weet dat ik bot doe tegen K. maar dat is niet vanwege haar. Het is vanwege mijn gedoe/angst dat alles oproept. Het feit dat dat geen plaats maakt voor als er iets met haar is, hoe erg ook.
En hoe ik mezelf daarom haat. Mezelf haast iets aan wil doen omdat ik niet zo wil zijn. En hoe uitzichtloos de hele situatie kan lijken.
De smerigheid die ik steeds maar voel maar niet kan plaatsen, helpt niet. Dit is niet het moment om er iets over te zeggen, dat is het nooit.
Het eten dat nooit ophoudt. Ik ben gemotiveerd, maar de warme maaltijden maken me bang. Zo bang dat ik direct vol zit, door prop en het dan niet binnen durf te houden.
Ik wil niet terug zondag. Ik weet niet wat ik over mijn vakantie moet vertellen. Ik weet niet wat ik waar dan ook over moet vertellen. Ik weet niet hoe ik met mezelf moet omgaan totdat ik leer hoe dat moet. Ik wil niet onder de mensen zijn als ik me niet oké voel.
Ik wil alles even niet meer.
